Deel 3 Informatie concert 2 november 2012

bewerk
Geschreven door Rien van Beusichem
maandag, 02 juli 2012

 

Wijzigingen in het programma

 

De contouren van het themaconcert beginnen thans (medio juni) bij ons koor al redelijk goed zichtbaar te worden. Het belooft een mooi en afwisselend concert te worden. Natuurlijk moet er nog hard worden gewerkt om alle puntjes op de i te zetten. Met de juiste instelling en concentratie moet dat gewoon lukken!

De opzet van het programma blijft ongewijzigd. We blijven het centrale thema ‘trouw’ natuurlijk trouw. Zie hiervoor mijn vorige bijdrage.

Overleg met onze muzikale gasten heeft echter geleid tot het besluit het als derde werk geprogrammeerde Nocturne Nr. 2 voor hoorn en harp van Frédéric Duvernoy te vervangen door een compositie die misschien nog wel meer binnen het centrale thema past dan de oorspronkelijk geplande nocturne. Ook het als vijfde stuk geprogrammeerde Fantasie über das Niederländische Volkslied van Johannes Snoer bleek om muzikaal-technische redenen niet haalbaar. Daarvoor in de plaats zal Lavinia o.a. enkele Koreaanse volksmelodieën vertolken. In deze bijdrage zullen de mogelijkheden van de solo-harp volop worden uitgebuit; tegelijkertijd onderstreept Lavinia daarmee de verbondenheid met en trouw aan háár vader- en moederland. Nadere bijzonderheden over de invulling van dit centrale solo-gedeelte van het concert volgen in een later stadium.

 

Hieronder alvast een korte beschrijving van het ‘nieuwe’ derde concertstuk 

 

3.   Pavane pour une Infante défunte – hoorn en harp

Deze compositie is geschreven door niemand minder dan Maurice Ravel (1875-1937). Ravel is bij het grote publiek vooral bekend door zijn ballet Boléro, dat in 1928 speciaal voor de wereldberoemde ballerina Ida Rubinstein werd geschreven. Maurice Ravel was een zeer toegewijd componist. Hij componeerde langzaam en bedachtzaam waarbij hij elke noot en elk akkoord voorzichtig overwoog voordat er iets op papier werd gezet. Mede daardoor is zijn totale oeuvre, hoewel veelzijdig, toch relatief bescheiden gebleven. Het compositorisch handwerk beheerste Ravel als vrijwel geen ander; vooral op het punt van instrumentatie en orkestratie behoort hij tot de allergrootsten. Zijn werk verenigt drie uitersten: de helderheid van het classicisme, de weelderigheid van de romantiek en de dromerigheid van het impressionisme. Deze combinatie maakt zijn muziek in wezen tijdloos. Die tijdloosheid en schijnbare vormeloosheid vinden we ook terug in één van zijn jeugdwerken voor piano, de Pavane pour une Infante défunte uit 1899. Vooral de orkestversie die hij in 1910 publiceerde, maakte de Pavane bijzonder populair. Ravel wilde maar niet begrijpen dat zijn latere, in zijn ogen veel betere, stukken toch minder geliefd bleken bij het publiek. De nooit tevreden perfectionist liet daarbij zelfs niet na zijn Pavane letterlijk af te kraken. Of dat terecht was, kunnen we zelf beoordelen na het beluisteren van één van de talloze bewerkingen die van dit muziekstuk zijn gemaakt. Zonder twijfel zullen onze solistische gasten Lavinia Meijer en Harry Stens een weemoedige gemoedstoestand bij het publiek weten over te brengen. Dierbare herinneringen aan een verdwenen geliefde borrelen onwillekeurig op bij het beluisteren van dit instrumentale meesterwerkje. Ravel gaf het stuk niet voor niets als titel: Pavane voor een overleden prinses. Hij bleef echter altijd opmerkelijk vaag bij het antwoord op de vraag wie of wat hem nu precies voor ogen stond bij het componeren van dit bijzondere karakterstuk.   

  

 Ook deze compostie is in vele vormen op YouTube te horen.