Deel 2 Informatie concert 2 november 2012

bewerk
Geschreven door Rien van Beusichem
dinsdag, 31 januari 2012

Themaconcert Voice-Male op 2 november 2012

 

2.     De uit te voeren werken

In het voorafgaande stukje over het komende najaarsconcert is vooral ingegaan op zaken als het centrale thema, de opbouw van het programma en de dosering van de inzet van harp, hoorn, orgel en piano ter ondersteuning en aanvulling van het koorprogramma. In dit deel zal achtergrondinformatie worden gegeven over de uit te voeren stukken en hun makers.

 

1.   Comrades in Arms – koor en piano

De muziek is geschreven door Adolphe Charles Adam (1803-1856). De als organist opgeleide Adam groeide uit tot een bekend componist van o.a. komische opera’s die in Parijs werden uitgevoerd. Daarvan staan er zo’n 40 op zijn naam. Misschien is hij nog wel beroemder vanwege zijn balletmuziek, waarvan het ballet Giselle het meest bekend is. Hij had niet de minste moeite met het bedenken van nieuwe melodieën en verrassende orkestraties daarvan. Enkele melodieën zijn samengebracht in Comrades in Arms. De tekst is geschreven door de Engelse lieddichter George Linley (1798-1865). Linley heeft een paar honderd liederen gepubliceerd, variërend van populaire ballads tot pure satire, waarmee hij vooral in Londen reputatie heeft gemaakt.  

Comrades in Arms is geschreven voor mannenkoor en is dus geen bewerking. Het lied bezingt de trouw die wapenbroeders zweren aan elkaar en aan het vaderland. Het lied is zeer geliefd bij Engelse en Amerikaanse veteranen. Als compositie is het een zeer afwisselend, overtuigend en zelfbewust werk. De welluidende harmonieën en de grote contrasten in dynamiek en tempo maken het stuk tot een uitstekend openingsnummer voor dit concert. Het koor kan daarmee een indrukwekkend visitekaartje afgeven!

     

2.    Una Furtiva Lagrima – koor en harp

Deze aria is afkomstig uit de bekende opera L’Elisir d’Amore (de liefdesdrank) van Gaetano Donizetti (1797-1848). Deze uit 1832 stammende opera is een typisch – en misschien wel het meest bekende – voorbeeld van de Italiaanse opera buffa (komische opera) uit de eerste helft van de negentiende eeuw. Donizetti was een zeer productief componist: behalve symfonieën, strijkkwartetten, oratoria, cantates en honderden liederen schreef hij de muziek voor niet minder dan 75 opera’s.

De aria wordt gezongen door de arme sloeber Nemorino, die hopeloos verliefd is op de mooie en rijke Adina. Zijn toenaderingen werden door Adina echter plagend weggewuifd. Nemorino reageerde daar nogal onverschillig op; hij vertrouwde namelijk volkomen op de werking van de liefdesdrank die hij bij een kwakzalver had gekocht. Een dag na het nuttigen van de inhoud zou de liefdesdrank moeten gaan werken. De gebeurtenissen volgden elkaar echter razendsnel op en Adina zou plotseling de volgende dag al gaan trouwen met iemand anders. Snel kocht Nemorino nog een fles liefdesdrank maar nu van het snelwerkende soort. Hij werd onmiddellijk vrolijk en omringd door allerlei vrouwen. Dat was voor hem het bewijs dat de drank werkte. Maar van Adina nog geen spoor. Peinzend zit Nemorino terug te denken aan de vorige dag toen Adina hem plagend afwees. Had hij toen niet een opwellende traan in haar ogen gezien? Dat moet dan toch het bewijs van haar liefde zijn? Ze houdt van me!

Deze mooie aria gaat Voice-Male zingen met de subtiele begeleiding van de harp. Klein probleem is dat de aria bedoeld is als tenor solo. Sjoerd zal echter met een uitvoeringsplan komen waarbij niet één maar alle Voice-Male mannen een brok in hun keel zullen moeten wegzingen.     

 

3.    Nocturne Nr. 2 – hoorn en harp

Na de twee koorwerken is het tijd voor een instrumentaal intermezzo. Met de harp als begeleidingsinstrument is inmiddels kennis gemaakt. De harp leent zich echter ook uitstekend als akkoordinstrument in kleine ensembles. Zo schreef Frédéric Duvernoy (1765-1815) in 1815 drie nocturnes voor hoorn en harp. Dat is niet zo verwonderlijk want Duvernoy was behalve componist vooral hoornist. Als orkestmusicus speelde hij enkele jaren in het orkest van de Nationale Garde en bracht het tot solohoornist in het orkest van de Parijse Opéra. Daarna volgde een succesvolle solocarrière. Uit die tijd stammen veel van zijn composities die hij dus voornamelijk voor zichzelf schreef. Zo componeerde hij tien orkestwerken met een solistische rol voor de hoorn maar ook veel duetten voor fluit of hoorn met piano of harp. De uit drie gedeelten bestaande Nocturne Nr. 2 voor hoorn en harp is daar een prachtig voorbeeld van. De nocturne als muzikaal genre was toen net nieuw. In de nocturne staat de door de donkere nacht opgeroepen speciale rustgevende en romantische sfeer centraal. Zonder twijfel zullen onze solistische gasten Lavinia Meijer en Harry Stens deze gemoedstoestand bij het publiek weten over te brengen.  

 

4.    Wien Neêrlandsch bloed – koor en orgel

Na de vorming van het Koninkrijk der Nederlanden in 1815 moest er een eigentijds volkslied komen. Er werd een anonieme compositiewedstrijd uitgeschreven. Veel inzendingen kwamen binnen waaruit de gedichten Wien Neêrlandsch bloed door de aders vloeit (van de Rotterdamse dichter en koopman in verfstoffen Hendrik Tollens) en Wij leven vrij, wij leven blij (van de Amsterdamse advocaat M.J. Brand van Cabauw) werden uitverkoren. De daarbij ingeleverde muziek werd echter door de jury afgekeurd. In een tweede wedstrijdronde moest passende muziek bij beide gedichten worden gecomponeerd. Winnaar voor beide liederen was de in Duitsland geboren Amsterdamse musicus Johann Wilhelm Wilms (1772-1847). Het heeft er alle schijn van dat Wilms in deze selectieprocedure een nogal dubieuze rol heeft gespeeld, maar dat is een verhaal apart. In 1817 werd Wien Neêrlandsch bloed van Tollens en Wilms uitverkoren als ons nationale volkslied. Hendrik Tollens (1780-1856) werd tijdens zijn leven gezien als de grootste Nederlandse dichter van zijn tijd. In zijn gedichten verheerlijkte hij de zegeningen van het huiselijk gezin en riep hij op tot trouw aan God en het vaderland. Het volkslied is ook geheel in die trant geschreven, volledig passend in de tijd van huiselijke en opvoedende poëzie. Wien Neêrlandsch bloed heeft van 1817 tot 1932 als ons officiële nationale volkslied dienst gedaan.

De tweede regel van Tollens’ gedicht: ‘van vreemde smetten vrij’ heeft in latere jaren voor nogal wat ophef gezorgd. Men was allang vergeten dat daarmee oorspronkelijk bedoeld werd: ‘vrij van de Franse overheersing’. De als racistisch gevoelde zin werd veranderd in: ‘wien ‘t hart klopt fier en vrij’. Pas onlangs is gebleken dat er (door de jury?) is geknoeid in de oorspronkelijke tekst die Tollens had ingestuurd voor de wedstrijd. In het Nationaal Archief bevindt zich namelijk het origineel van het door Tollens ingezonden gedicht. Daarbij is één ding zonneklaar geworden: de ‘vreemde smetten’ kunnen Tollens niet in de schoenen geschoven worden. Voice-Male zingt enkele coupletten op de oorspronkelijke woorden van Tollens: een wereldprimeur!

 

5.    Fantasie über das Niederländische Volkslied – harp

Het centrum van het concert wordt ingeruimd voor onze gaste Lavinia Meijer. Zij zal een aantal variaties van het hierboven besproken Wien Neêrlandsch bloed spelen in een compositie die speciaal voor harp is geschreven door Johannes Snoer (1868-1936). De in Amsterdam geboren Snoer studeerde cello en harp. Al op jonge leeftijd speelde hij in diverse Amsterdamse orkesten; op 20-jarige leeftijd werd hij benoemd tot solo cellist en harpist in het toen net opgerichte Concertgebouworkest. Al snel lokten echter de grote internationaal vermaarde orkesten. Hij speelde jarenlang in het Gewandhaus Orchester in Leipzig en daarna tot aan zijn dood in het orkest van de Weense Staatsopera en de Wiener Philharmoniker. Hij componeerde veel originele werken voor harp. Maar ook als arrangeur was hij zeer actief: zo bewerkte hij vele composities van Schubert, Beethoven, Saint-Saëns andere grootheden voor uitvoering door solo harp. Opgedragen aan zijn collega-harpist Gabriël Verdalle (rond 1900 één van de bekendste harp-virtuozen van Europa) maakte Snoer de fantasie voor harp over ons nationale volkslied Wien Neêrlandsch bloed. Het zijn acht minuten verrukkelijke muziek geworden met curieuze wendingen en verrassende harmonieën, maar mede daardoor bijna onspeelbaar voor een gemiddelde harpist(e). Dat Lavinia geen gemiddeld musicus is, zal ze met de uitvoering van de Fantasie über das Niederländische Volkslied ten volle bewijzen.        

 

6.    Hymne van Trouw – koor en orgel

Deze compositie voor mannenkoor is gebaseerd op een melodie die voorkomt in een Duits liedboekje uit 1897. Deze oermelodie is uitgebreid en omgevormd tot een hymne voor vierstemmig mannenkoor. De volle samenklanken roepen de sfeer op van de (van oorsprong Duitse) Liedertafel uit de negentiende-eeuwse hoogromantiek. De mannenstemmen worden in de hymne tot het uiterste uitgerekt. De afstand tussen de hoogste tenor en de laagste bas bedraagt niet minder dan twee-en-halve octaaf. Een wezenlijk kenmerk van de voordracht is de variatie in toonsterkte die zich tussen pianissimo en fortissimo beweegt, met een indrukwekkende overgangsdynamiek mp-mf-f-ff in het midden. Een hymne leent zich niet voor ‘langzaam op gang komen’. Vanaf de eerste toon moet de juiste sfeer getroffen worden en moeten tekst en melodie ‘staan als een huis’.

Het verhaal gaat over trouw aan familieleden, sterker nog: trouw aan je schoonmoeder. De tekst is afkomstig uit het bijbelboek Ruth. Het eerste hoofdstuk begint wanneer het gezin van Elimelech (hijzelf, zijn vrouw Naomi en hun beide zoons) de hongersnood in het land van Juda ontvluchten en naar het buurland Moab trekken. Elimelech sterft in Moab en de beide zoons trouwen daar met de Moabitische vrouwen Orpah en Ruth. Wanneer een aantal jaren later ook Naomi’s beide zoons sterven, besluit de zwaar gedesillusioneerde Naomi weer terug te gaan naar haar vaderland, waar de hongersnood inmiddels weer voorbij is. Haar beide schoondochters willen aanvankelijk met haar mee. Orpah laat zich echter door Naomi overreden in Moab te blijven, maar Ruth staat erop met haar schoonmoeder mee te gaan. Haar overwegingen vormen de tekst van het lied.

De Hymne van Trouw is een miniatuur waarbij binnen twee minuten alle kenmerken van de mannenzang zowel afzonderlijk als in samenhang over het voetlicht kunnen (en moeten!) worden gebracht.            

 

7.    Concerto in Es – hoorn en orgel

Harry Stens zal soleren in één of meer delen van het Concerto in Es van de Haagse hoornist en componist Willem Spandau (1741-1806). Spandau was zelf jarenlang de trouwe solohoornist in de hofkapel van stadhouder Willem V, maar tevens in heel Europa beroemd als solist. Hij werd vooral geprezen om zijn delicate en expressieve spel en om het ongelooflijke gemak waarmee hij de moeilijkste passages loepzuiver wist te treffen. Elke hoornist weet dat het lastigste probleem van dit van nature nogal ‘grove‘ instrument ligt in het bewaren van de zuiverheid bij alle toonsterktes en toonhoogtes. Daartoe zijn tijdens het spel voortdurende aanpassingen noodzakelijk o.a. door verandering van lipspanning (embouchure) en positie van de hand in of op de klankbeker.

Spandau heeft het zichzelf in zijn Concerto in Es niet gemakkelijk gemaakt. De compositie getuigt van het hoge niveau van de Nederlandse hoornschool en de muziek aan het Haagse stadhouderlijk hof in de tweede helft van de achttiende eeuw. De hoornist wordt volop gelegenheid geboden (en uitgedaagd!) de diverse mogelijkheden van zijn instrument uit te buiten in de drie totaal verschillende delen van dit hoornconcert. Pure virtuositeit in het openings-allegro (vivace), lyrisch spel in het daarop volgende adagio en vrolijk geschal in de afsluitende jachtscène. Welke delen zullen worden uitgevoerd is nog niet bekend (het hele stuk duurt meer dan 15 minuten) maar Harry Stens zal het publiek zeker laten genieten.             

 

8.     Triomfantelijk Lied van de Zilvervloot – koor en piano

Dat is de officiële titel waaronder Jan Pieter Heije (1809-1876) in 1847 het overbekende gedicht over Piet Hein publiceerde. Heije was een Amsterdamse psychiater met een bijzondere gave voor de dichtkunst. Hij maakte vele tientallen gedichten die bijna een moralistische boodschap bevatten. Onderwerpen als vaderlandsliefde, trouw aan je afkomst, eerlijkheid, hulpvaardigheid, respect voor de natuur, en persoonlijke hoogte- en dieptepunten (geboorte, verloving, huwelijk, ziekte en dood) komen in zijn oeuvre veelvuldig aan bod. Heije besteedde veel aandacht aan die elementen die een gedicht geschikt maken voor muzikale bewerking. Om van een gedicht een lied te maken moeten in zijn visie zowel tekst als muziek beperkingen aanvaarden zodat ze kunnen samensmelten tot één organische eenheid. Dit principe komt in al zijn liederen tot uiting, vooral in zijn geleerde gedichten die hij aanduidde met de term ‘muzikale poëzij’. Grote componisten, zoals Bertelman, Van Bree, Wilms en Verhulst, werden ingeschakeld om deze gedichten te toonzetten. Daarnaast produceerde Heije een groot aantal gedichten die hij schaarde onder de noemer ‘nutspoëzij’. Dat waren hoofdzakelijk opvoedende kinderliederen en volksliederen. Voor de muziek van een aantal van deze liederen tekende zijn collega-arts Joannes Josephus Viotta (1814-1859), die zich tevens had ontwikkeld tot een gedreven pianist-organist en zanger.

Sommige van de liederen van het koppel Heije-Viotta zijn nog steeds bekend. Dat geldt zeker voor het lied over de heldendaden van Piet Hein. Hij kaapte namens de West-Indische Compagnie en in opdracht van de Republiek der Zeven Vereenigde Nederlanden in 1628 de halve Flota van Spanje. De Flota was een jaarlijks konvooi van galjoenen waarmee de Spanjaarden allerlei kostbaarheden uit de Spaanse koloniën in Amerika naar de Spaanse havenstad Sevilla vervoerden. De Flota bestond uit twee deelvloten die vanuit de verschillende Spaanse koloniën opvoeren naar een centrale verzamelplaats (meestal bij Cuba) en van daaruit de oceaan overstaken. Vlootvoogd Piet Hein is de enige geweest, die kans had gezien een complete deelvloot van de zwaarbewapende Flota te veroveren. Met de buit konden de Lage Landen onder leiding van Frederik Hendrik weer een tijdje vooruit in de strijd tegen de Spaanse overheersing. Deze heldendaad sprak tot de verbeelding van Pieter Heije die driftig meedeed aan het construeren en oppoetsen van de vaderlandse geschiedenis in het negentiende-eeuwse nationalistische Nederland.

Het lied bestaat uit vier strofen. Vreemd genoeg wordt in de meeste ‘complete‘ uitvoeringen van het lied de tweede strofe overgeslagen. Ook in de bewerking voor mannenkoor van Fred J. Roeske ontbreekt de tweede strofe. Wie weet zingt Voice-Male het Triomfantelijk Lied van de Zilvervloot zoals het ooit bedoeld is: volledig.        

 

9.    Panis Angelicus – hoorn, harp, koor en orgel

Voor de finale van het concert, waarin alle uitvoerenden zullen meedoen, is gekozen voor het bekende Panis Angelicus. Minder bekend is misschien dat dit lied de zesde, tevens voorlaatste strofe is van een hymne die in 1264 is geschreven door Thomas van Aquino ter gelegenheid van het feit dat in dat jaar het hoogfeest Sacramentsdag (officieel: Sanctissimi corporis et sanguinis Christi solemnitas) in de gehele Latijnse Kerk werd ingevoerd. Deze dag valt officieel op de tweede donderdag na Pinksteren (ofwel zestig dagen na Pasen). De dus uit zeven strofen bestaande hymne heeft als titel Sacris solemniis en werd uitgevoerd in de metten (het vroegste koorgebed) van deze dag. Er bestaan diverse gregoriaanse melodieën op de tekst, maar in de loop der eeuwen kwamen ook enkele moderne melodieën in omloop. De door de Parijse organist César Franck in 1872 gecomponeerde melodie is zelfs gaan behoren tot het zogenaamde ijzeren repertoire. Hij schreef de muziek voor een ensemble bestaande uit tenorstem, orgel, harp en cello en gebruikte alleen de woorden van de zesde strofe (Panis angelicus) voor zijn compositie.

Voor het sluitstuk van ons concert is de melodie van Franck bewerkt voor vierstemmig mannenkoor, hoorn, harp en orgel. In de uitwerking krijgt elke deelnemer een gelijkwaardige rol. Koor, hoorn, harp en orgel zullen op een verrassende wijze elkaar afwisselen en elkaar in diverse combinaties aanvullen en ondersteunen. Speciaal voor dit concert is Franck’s compositie uitgebreid met de laatste strofe (Te trina Deitas) van de oorspronkelijke hymne, waarin het koor in een afwijkende zetting initieert, de hoorn imiteert, de harp inspireert en het orgel harmonieert. Een ware uitdaging!